Verpleegkunde Nummer 4 , pp. 12-20
dec 2017, jaargang 31
Verpleegkunde Nr. 4 , pp. 12-20
dec 2017, jr. 31
Onderzoeksartikel

Familieondersteuning in de ggz

Ontwikkeling van een verpleegkundige interventie ter ondersteuning van mantelzorgers van oudere patiënten met ernstige psychiatrische problematiek

DOEL
Het doel van dit artikel is het beschrijven van het ontwikkelproces van een complexe verpleegkundige interventie om familie en naasten – mantelzorgers – van oudere volwassenen met ernstige psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie, bipolaire problematiek en angst- en stemmingsstoornissen, te ondersteunen.

METHODE
Bij de stapsgewijze ontwikkeling van deze interventie is gebruikgemaakt van het Utrechtse model van Van Meijel en collega’s. Dit model adviseert een systematische ontwikkeling van verpleegkundige interventies waarbij gebruikgemaakt wordt van zowel de belevingswereld van de doelgroep - de mantelzorger -, als de mening van professionals over verantwoorde ondersteuning. In dit artikel wordt beschreven hoe de eerste twee fasen van de drie fasen van het model hebben geleid tot deze complexe verpleegkundige interventie. De ontwikkeling van de interventie maakt deel uit van een groter onderzoeksproject waarin meerdere studies verricht zijn.  

RESULTAAT
Het resultaat is een complexe interventie waarmee ondersteuning op maat gegeven kan worden aan mantelzorgers die geen keuze ervaren om te stoppen met de ondersteuning. Deze mantelzorgers hebben een verhoogd risico op geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen. Zij hebben naast behoefte aan praktische steun en informatie, vooral ook ondersteuning nodig bij psychosociale problemen door gevoelens van verlies en rouw. Deze gevoelens kunnen het gevolg zijn van rolwisseling, eenzaamheid en (sociale) isolatie, entrapment en problemen in hun relatie met de patiënt. De interventie biedt ggz-verpleegkundigen een methode waarmee zij tegemoet kunnen komen aan deze behoeften.  

DISCUSSIE
Volgens het Utrechtse model van Van Meijel et al. is het exploreren van het perspectief van de klant, in deze studie de mantelzorger, gedurende het ontwikkeltraject van de interventie een noodzakelijke voorwaarde voor een interventie die enerzijds gewaardeerd wordt door mantelzorgers, en waarmee anderzijds ondersteuning geboden kan worden die is afgestemd op de behoefte van de doelgroep. De aandacht voor het perspectief van de mantelzorger heeft ertoe geleid dat deze verpleegkundige interventie uit meerdere methoden bestaat. Naast de praktische steun en informatie bestaat de interventie uit coaching van de individuele mantelzorger door de ggz-verpleegkundige. De focus van de coaching richt zich op het psychosociaal welbevinden en de kwaliteit van de interpersoonlijke relatie tussen de mantelzorger, de patiënt en anderen in de sociale omgeving. In tegenstelling tot veel andere interventies ligt de nadruk derhalve niet alleen op praktische ondersteuning bij het leren hanteren van de klachten en het gedrag van de patiënt.  

CONCLUSIE
Het ontwikkelproces van de interventie heeft geleid tot een complexe interventie waarmee ondersteuning op maat gegeven kan worden aan mantelzorgers met een verhoogd risico op geestelijke en lichamelijks gezondheidsklachten. In afwachting van een gerandomiseerde klinische studie is weloverwogen gebruik van de interventie goed mogelijk.

Literatuur

  1. Hattinga Verschure JCM. Het verschijnsel zorg. Een inleiding tot zorgkunde. Lochem: De Tijdstroom; 1981.
  2. Delespaul, PH, en de consensus groep EPA. Consensus over de definitie van mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) en hun aantal in Nederland. Tijdschr Psychiatr 2013;55:427-38.
  3. Montgomery RJ, Gonyea JG, Hooyman NR. Caregiving and the experience of subjective and objective burden. Fam Relat 1985;34:19-26.
  4. Magliano L, Tosini P, Guarneri M, et al. Burden on the family of care-receivers with obsessive-compulsive disorder: a pilot study. Eur Psychiatry 1996;11:192-7.
  5. Biegel DE, Schulz R. Caregiving and caregiver interventions in aging and mental illness. Fam Relat 1999;48:345-54.
  6. Sisk R. Caregiver burden and health promotion. Int J Nurs Stud 2000;37:37-43
  7. Ohaeri J. The burden of caregiving in families with a mental Illness: A Review of 2002. Curr Opin Psychiatry 2003;16:457-65.
  8. Zegwaard MI, Aartsen MJ, Grypdonck MH, et al. Differences in impact of long term caregiving for mentally ill older adults on the daily life of informal caregivers. A qualitative study. BMC Psychiatry 2013;13:103.
  9. Sokal J, Messias E, Dickerson FB, et al. Comorbidity of medical illnesses among adults with serious mental illness who are receiving community psychiatric services. J Nerv Ment Dis 2004;92:421-7.
  10. Silverstein M, Bengston VL. Intergenerational solidarity and the structure of adult-child and child-parent relationships in American families. American Journal of Sociology 1997;103:429-60.
  11. Cochrane JJ, Goering PN, Rogers JM. The mental health of informal caregivers in Ontario: An epidemiological survey. Am J Public Health 1997;87:2002-7.
  12. Van Dorsselaer S, de Graaf R, ten Have M. Het verlenen van mantelzorg en het verband met psychische stoornissen. Resultaten van de Nederlandse Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Utrecht: Trimbos-instituut; 2007
  13. De Boer A, Broese van Groenou M, Timmermans J. Mantelzorg. Een overzicht van de steun van en aan mantelzorgers in 2007. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau; 2009.
  14. Hammond T, Weinberg MK, Cummins RA. The dyadic interaction of relationships and disability type on informal carer subjective well-being. Qual Life Res 2014;23:1535-42.
  15. Pinquart M, Sörensen S. Associations off stressors and uplifts of care giving with caregiver burden and depressive mood: a meta-analysis. J Gerontol B Psychol Sci Soc Sci 2003;112-28.
  16. Jubb M, Shanley E. Family involvement: The key to opening locked wards and closed minds. Int J Ment Health Nurs 2002:11;47-53.
  17. Benzein E, Johansson P, Franzén Arestedt K, Saveman B. Nurses’ attitudes about the importance of families in nursing care. J Fam Nurs 2008;14:162-80
  18. Blomqvist M, Ziegert K. Family in the waiting room: A Swedish study of nurses conceptions of family participation in acute psychiatric inpatient settings. Int J Ment Health Nurs 2011;20:184-94.
  19. Zegwaard MI, Aartsen MJ Grypdonck MH, et al. Mental health nurses’ support to caregivers of older adults with severe mental illness: a qualitative study. BMC Nurs 2015;14:37.
  20. Van Meijel B, Gamel C, van Swieten-Duijfjes B, et al. The development of evidence-based nursing interventions: methodological considerations. J Adv Nurs 2004;48:84-92.
  21. Zegwaard MI, Aartsen MJ, Grypdonck MH, et al. Perceived burden of informal caregivers of elderly persons with a severe functional psychiatric syndrome and concomitant problematic behaviour: A conceptual model. J Clin Nurs 2011;20:2233-58.
  22. Lazarus RS, Folkman S. Stress, Appraisal and Coping. New York: Springer Publishing Company; 1984.
  23. Batista TA, von Werne Beas C, Juruena MF. Efficacy of psychoeducation in bipolar patients: a systematic review of randomized trials. Psychology and Neuroscience 2011;4:409-16.
  24. Sörensen S, Pinquart M, Habil DR, et al. How effective are interventions with caregivers? An updated meta-analysis. Gerontologist 2002;42:356-72.
  25. Reinaris M, Vieta F, Colom F, et al. Impact of a psychoeducational family intervention on caregivers of stabilized bipolar patients. Psychoter Psychosom 2004;73:312-9.
  26. Pinquart M, Sörensen S. Helping caregiver of people with dementia: which interventions work and how large are their effects? Int Psychogeriatr 2006;18:577-95.
  27. Horton-Deutsch SL, Farran CJ, Choi EE, et al. The PLUS intervention: A pilot test with caregivers of depressed older adults. Arch Psych Nurs 2002;2:61-71.
  28. Schultz R, Martire LM, Klinger JN. Evidence based interventions in geriatric psychiatry. Psychiatr Clin N Am 2005;28:1007-38.
  29. Spijker J, Bockting CL, Meeuwissen JA, et al.; namens de Werkgroep Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling Angststoornissen/Depressie. Multidisciplinaire richtlijn Depressie (Derde revisie). Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis. Utrecht: Trimbos-instituut. Te raadplegen op: www.ggzrichtlijnen.nl/depressie (bekeken 10 april 2017).
  30. Weissman MM, Klerman GL. Interpersonal counseling for stress and distress in primary care settings. In: New applications of Interpersonal Psychotherapy. Washington DC: American Psychiatric Press Inc; 1993.
  31. Mossey JM, Knott KA, Higgins M, et al. Effectiveness of a psychosocial intervention, interpersonal counseling, for subdysthymic depression in medically ill elderly. J Gerontol A Sci Med Sci 1996;51:M172-8.
  32. Weissman MM, Hankerson MD, Scorza P, et al. Interpersonal Counseling (IPC) for depression in primary care. Am J Psychother 2014;68:359-83.
  33. Bakker CB, Bakker- Rabdau MK. Verboden toegang. Verkenning rond het menselijk territorium. Kapellen: Uitgeverij de Nederlandse Boekhandel; 1973.
  34. Conn VS, Cooper PS, Ruppar TM, et al. Searching for the intervention in intervention research reports. J Nurs Scholarsh 2008;40:52-9.

Lees meer

Een uitgebreide omschrijving van het interventieprotocol is te vinden op:   www.expertisecentrummantelzorg.nl/Site_EM/In_voor_ Mantelzorg/tools_werkboek/PIMM-mantelzorg-juni.pdf

Onderzoeksartikel

Familieondersteuning in de ggz

Ontwikkeling van een verpleegkundige interventie ter ondersteuning van mantelzorgers van oudere patiënten met ernstige psychiatrische problematiek

DOEL
Het doel van dit artikel is het beschrijven van het ontwikkelproces van een complexe verpleegkundige interventie om familie en naasten – mantelzorgers – van oudere volwassenen met ernstige psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie, bipolaire problematiek en angst- en stemmingsstoornissen, te ondersteunen.

METHODE
Bij de stapsgewijze ontwikkeling van deze interventie is gebruikgemaakt van het Utrechtse model van Van Meijel en collega’s. Dit model adviseert een systematische ontwikkeling van verpleegkundige interventies waarbij gebruikgemaakt wordt van zowel de belevingswereld van de doelgroep - de mantelzorger -, als de mening van professionals over verantwoorde ondersteuning. In dit artikel wordt beschreven hoe de eerste twee fasen van de drie fasen van het model hebben geleid tot deze complexe verpleegkundige interventie. De ontwikkeling van de interventie maakt deel uit van een groter onderzoeksproject waarin meerdere studies verricht zijn.  

RESULTAAT
Het resultaat is een complexe interventie waarmee ondersteuning op maat gegeven kan worden aan mantelzorgers die geen keuze ervaren om te stoppen met de ondersteuning. Deze mantelzorgers hebben een verhoogd risico op geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen. Zij hebben naast behoefte aan praktische steun en informatie, vooral ook ondersteuning nodig bij psychosociale problemen door gevoelens van verlies en rouw. Deze gevoelens kunnen het gevolg zijn van rolwisseling, eenzaamheid en (sociale) isolatie, entrapment en problemen in hun relatie met de patiënt. De interventie biedt ggz-verpleegkundigen een methode waarmee zij tegemoet kunnen komen aan deze behoeften.  

DISCUSSIE
Volgens het Utrechtse model van Van Meijel et al. is het exploreren van het perspectief van de klant, in deze studie de mantelzorger, gedurende het ontwikkeltraject van de interventie een noodzakelijke voorwaarde voor een interventie die enerzijds gewaardeerd wordt door mantelzorgers, en waarmee anderzijds ondersteuning geboden kan worden die is afgestemd op de behoefte van de doelgroep. De aandacht voor het perspectief van de mantelzorger heeft ertoe geleid dat deze verpleegkundige interventie uit meerdere methoden bestaat. Naast de praktische steun en informatie bestaat de interventie uit coaching van de individuele mantelzorger door de ggz-verpleegkundige. De focus van de coaching richt zich op het psychosociaal welbevinden en de kwaliteit van de interpersoonlijke relatie tussen de mantelzorger, de patiënt en anderen in de sociale omgeving. In tegenstelling tot veel andere interventies ligt de nadruk derhalve niet alleen op praktische ondersteuning bij het leren hanteren van de klachten en het gedrag van de patiënt.  

CONCLUSIE
Het ontwikkelproces van de interventie heeft geleid tot een complexe interventie waarmee ondersteuning op maat gegeven kan worden aan mantelzorgers met een verhoogd risico op geestelijke en lichamelijks gezondheidsklachten. In afwachting van een gerandomiseerde klinische studie is weloverwogen gebruik van de interventie goed mogelijk.

Literatuur

  1. Hattinga Verschure JCM. Het verschijnsel zorg. Een inleiding tot zorgkunde. Lochem: De Tijdstroom; 1981.
  2. Delespaul, PH, en de consensus groep EPA. Consensus over de definitie van mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) en hun aantal in Nederland. Tijdschr Psychiatr 2013;55:427-38.
  3. Montgomery RJ, Gonyea JG, Hooyman NR. Caregiving and the experience of subjective and objective burden. Fam Relat 1985;34:19-26.
  4. Magliano L, Tosini P, Guarneri M, et al. Burden on the family of care-receivers with obsessive-compulsive disorder: a pilot study. Eur Psychiatry 1996;11:192-7.
  5. Biegel DE, Schulz R. Caregiving and caregiver interventions in aging and mental illness. Fam Relat 1999;48:345-54.
  6. Sisk R. Caregiver burden and health promotion. Int J Nurs Stud 2000;37:37-43
  7. Ohaeri J. The burden of caregiving in families with a mental Illness: A Review of 2002. Curr Opin Psychiatry 2003;16:457-65.
  8. Zegwaard MI, Aartsen MJ, Grypdonck MH, et al. Differences in impact of long term caregiving for mentally ill older adults on the daily life of informal caregivers. A qualitative study. BMC Psychiatry 2013;13:103.
  9. Sokal J, Messias E, Dickerson FB, et al. Comorbidity of medical illnesses among adults with serious mental illness who are receiving community psychiatric services. J Nerv Ment Dis 2004;92:421-7.
  10. Silverstein M, Bengston VL. Intergenerational solidarity and the structure of adult-child and child-parent relationships in American families. American Journal of Sociology 1997;103:429-60.
  11. Cochrane JJ, Goering PN, Rogers JM. The mental health of informal caregivers in Ontario: An epidemiological survey. Am J Public Health 1997;87:2002-7.
  12. Van Dorsselaer S, de Graaf R, ten Have M. Het verlenen van mantelzorg en het verband met psychische stoornissen. Resultaten van de Nederlandse Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Utrecht: Trimbos-instituut; 2007
  13. De Boer A, Broese van Groenou M, Timmermans J. Mantelzorg. Een overzicht van de steun van en aan mantelzorgers in 2007. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau; 2009.
  14. Hammond T, Weinberg MK, Cummins RA. The dyadic interaction of relationships and disability type on informal carer subjective well-being. Qual Life Res 2014;23:1535-42.
  15. Pinquart M, Sörensen S. Associations off stressors and uplifts of care giving with caregiver burden and depressive mood: a meta-analysis. J Gerontol B Psychol Sci Soc Sci 2003;112-28.
  16. Jubb M, Shanley E. Family involvement: The key to opening locked wards and closed minds. Int J Ment Health Nurs 2002:11;47-53.
  17. Benzein E, Johansson P, Franzén Arestedt K, Saveman B. Nurses’ attitudes about the importance of families in nursing care. J Fam Nurs 2008;14:162-80
  18. Blomqvist M, Ziegert K. Family in the waiting room: A Swedish study of nurses conceptions of family participation in acute psychiatric inpatient settings. Int J Ment Health Nurs 2011;20:184-94.
  19. Zegwaard MI, Aartsen MJ Grypdonck MH, et al. Mental health nurses’ support to caregivers of older adults with severe mental illness: a qualitative study. BMC Nurs 2015;14:37.
  20. Van Meijel B, Gamel C, van Swieten-Duijfjes B, et al. The development of evidence-based nursing interventions: methodological considerations. J Adv Nurs 2004;48:84-92.
  21. Zegwaard MI, Aartsen MJ, Grypdonck MH, et al. Perceived burden of informal caregivers of elderly persons with a severe functional psychiatric syndrome and concomitant problematic behaviour: A conceptual model. J Clin Nurs 2011;20:2233-58.
  22. Lazarus RS, Folkman S. Stress, Appraisal and Coping. New York: Springer Publishing Company; 1984.
  23. Batista TA, von Werne Beas C, Juruena MF. Efficacy of psychoeducation in bipolar patients: a systematic review of randomized trials. Psychology and Neuroscience 2011;4:409-16.
  24. Sörensen S, Pinquart M, Habil DR, et al. How effective are interventions with caregivers? An updated meta-analysis. Gerontologist 2002;42:356-72.
  25. Reinaris M, Vieta F, Colom F, et al. Impact of a psychoeducational family intervention on caregivers of stabilized bipolar patients. Psychoter Psychosom 2004;73:312-9.
  26. Pinquart M, Sörensen S. Helping caregiver of people with dementia: which interventions work and how large are their effects? Int Psychogeriatr 2006;18:577-95.
  27. Horton-Deutsch SL, Farran CJ, Choi EE, et al. The PLUS intervention: A pilot test with caregivers of depressed older adults. Arch Psych Nurs 2002;2:61-71.
  28. Schultz R, Martire LM, Klinger JN. Evidence based interventions in geriatric psychiatry. Psychiatr Clin N Am 2005;28:1007-38.
  29. Spijker J, Bockting CL, Meeuwissen JA, et al.; namens de Werkgroep Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling Angststoornissen/Depressie. Multidisciplinaire richtlijn Depressie (Derde revisie). Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis. Utrecht: Trimbos-instituut. Te raadplegen op: www.ggzrichtlijnen.nl/depressie (bekeken 10 april 2017).
  30. Weissman MM, Klerman GL. Interpersonal counseling for stress and distress in primary care settings. In: New applications of Interpersonal Psychotherapy. Washington DC: American Psychiatric Press Inc; 1993.
  31. Mossey JM, Knott KA, Higgins M, et al. Effectiveness of a psychosocial intervention, interpersonal counseling, for subdysthymic depression in medically ill elderly. J Gerontol A Sci Med Sci 1996;51:M172-8.
  32. Weissman MM, Hankerson MD, Scorza P, et al. Interpersonal Counseling (IPC) for depression in primary care. Am J Psychother 2014;68:359-83.
  33. Bakker CB, Bakker- Rabdau MK. Verboden toegang. Verkenning rond het menselijk territorium. Kapellen: Uitgeverij de Nederlandse Boekhandel; 1973.
  34. Conn VS, Cooper PS, Ruppar TM, et al. Searching for the intervention in intervention research reports. J Nurs Scholarsh 2008;40:52-9.

Lees meer

Een uitgebreide omschrijving van het interventieprotocol is te vinden op:   www.expertisecentrummantelzorg.nl/Site_EM/In_voor_ Mantelzorg/tools_werkboek/PIMM-mantelzorg-juni.pdf

Over dit artikel
Auteurs
Marian Zegwaard, Marja Aartsen, Mieke Grypdonck, Eric de Ruijter Korver, Pim Cuijpers
Over de auteurs
  • Dr. Marian I. Zegwaard, MSc, is werkzaam als onderzoeker en familiecoach bij Altrecht Ouderenpsychiatrie. Dit artikel maakt deel uit van een reeks van vijf artikelen, alle geschreven in het kader van een promotietraject met als doel support van familie en naasten.
  • Dr. Marja J. Aartsen is sociaal gerontoloog. Momenteel werkt zij bij NOVA, centre for welfare and labour research in Oslo, Noorwegen.
  • Eric G.W.M. de Ruijter Korver is psychiater en sinds 1987 werkzaam als ouderenpsychiater bij Altrecht GGZ.
  • Prof. dr. Mieke H.F. Grypdonck was tot 2009 hoogleraar Verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht en buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent. Op 1 oktober 2009 ging zij met emeritaat.
  • Prof. dr. Pim W.J.M.J. Cuijpers is hoogleraar Klinische Psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en is tevens hoofd van de afdeling Klinische Psychologie.

Correspondentieadres: m.zegwaard@altrecht.nl

ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225


Over dit artikel
Auteurs
Marian Zegwaard, Marja Aartsen, Mieke Grypdonck, Eric de Ruijter Korver, Pim Cuijpers
Over de auteurs
  • Dr. Marian I. Zegwaard, MSc, is werkzaam als onderzoeker en familiecoach bij Altrecht Ouderenpsychiatrie. Dit artikel maakt deel uit van een reeks van vijf artikelen, alle geschreven in het kader van een promotietraject met als doel support van familie en naasten.
  • Dr. Marja J. Aartsen is sociaal gerontoloog. Momenteel werkt zij bij NOVA, centre for welfare and labour research in Oslo, Noorwegen.
  • Eric G.W.M. de Ruijter Korver is psychiater en sinds 1987 werkzaam als ouderenpsychiater bij Altrecht GGZ.
  • Prof. dr. Mieke H.F. Grypdonck was tot 2009 hoogleraar Verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht en buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent. Op 1 oktober 2009 ging zij met emeritaat.
  • Prof. dr. Pim W.J.M.J. Cuijpers is hoogleraar Klinische Psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en is tevens hoofd van de afdeling Klinische Psychologie.

Correspondentieadres: m.zegwaard@altrecht.nl

ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225