Verpleegkunde Nummer 4 , pp. 10-16
dec 2019, jaargang 34
Verpleegkunde Nr. 4 , pp. 10-16
dec 2019, jr. 34
Onderzoeksartikel

Impact van atriumfibrilleren

Een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van patiënten met symptomatisch atriumfibrilleren

INTRODUCTIE
Atriumfibrilleren (AF) is geen direct levensbedreigende hartritmestoornis, maar wordt wel in verband gebracht met een lagere kwaliteit van leven. Over de impact van AF op het leven van de patiënten, met name op aspecten van het werk, is weinig bekend.
DOEL
Dit onderzoek moet inzicht geven in de impact van symptomatisch AF op het dagelijkse leven van patiënten in de leeftijd van 19 tot 67 jaar, teneinde de begeleiding aan deze patiëntengroep te optimaliseren.
METHODE
Kwalitatief onderzoek met fenomenologische benadering gebaseerd op semigestructureerde diepte-interviews met vier vrouwen en zes mannen over hun ervaringen met symptomatisch AF.
RESULTATEN
De symptomen en de onvoorspelbare aard van AF zorgen voor een constante waakzaamheid, die het leven negatief beïnvloedt. Dit leidt tot een verminderde conditie, het bijstellen van verwachtingen en een onzeker toekomstbeeld. AF is van grote invloed op de deelname aan het arbeidsproces, leidt tot een hoog ziekteverzuim, en is in een enkel geval invaliderend. Patiënten hebben behoefte aan gestructureerde informatie met aandacht voor hun ziektebeleving.
CONCLUSIE
Symptomatisch AF is van invloed op het welzijn en leidt tot fysieke, psychische en sociaal-maatschappelijke beperkingen. Patiënteneducatie met aandacht voor het ziektetraject en de ziektebeleving draagt bij aan een beter begrip en acceptatie van AF.

Literatuur

  1. Heeringa J, van der Kuip DA, Hofman A, et al. Prevalence, incidence and lifetime risk of atrial fibrillation: the Rotterdam study. Eur Heart J 2006;27:949-53.
  2. Heemstra HE, Nieuwlaat R, Meijboom M, et al. The burden of atrial fibrillation in the Netherlands. Neth Health J 2011;19:373-8.
  3. Van Dis I, Buddeke J, Visseren FLJ, et al. Harten vaatziekten in Nederland 2017, cijfers over heden, verleden en toekomst. Den Haag: Hartstichting, 2017.
  4. Kirchhof P, Benussi S, Kotecha D, et al. 2016 ESC Guidelines for the management of atrial fibrillation developed in collaboration with EACTS. Eur Heart J 2016;37:2893-962.
  5. Gehi AK, Sears S, Goli N, et al. Psychopathology and symptoms of atrial fibrillation: Implications of therapy. J Cardiovasc Electrophysiol 2012;23:473-8.
  6. Goren A, Liu X, Gupta S, et al. Quality of life, activity impairment, and healthcare resource utilization associated with atrial fibrillation in the US National Health and Wellness Survey. PLoS One 2013;8(8):e71264.
  7. Cutugno C. Atrial fibrillation: Updated management guidelines and nursing implications. Am J Nurs 2015;115(5):26-38.
  8. Akintade BF, Chapa D, Friedmann E, et al. The influence of depression and anxiety symptoms on health-related quality of life in patients with atrial fibrillation and atrial flutter. J Cardiovasc Nurs 2015;30(1):66-73.
  9. Bohnen M, Shea JB, Michaud GF, et al. Quality of life with atrial fibrillation: Do the spouses suffer as much as the patients? Pacing Clin Electrophysiol 2011;34:804-9.
  10. McCabe PJ, Schumacher K, Barnason SA. Living with atrial fibrillation: A qualitative study. J Cardiovasc Nurs 2011;26:336-44.
  11. Ekblad H, Rönning H, Fridlund B, et al. Patients’ wellbeing: Experience and actions in their preventing and handling of atrial fibrillation. Eur J Cardiovasc Nurs 2012;12:132-9.
  12. Baarda B, Bakker E, Fischer T, et al. Basisboek kwalitatief onderzoek. 3e druk. Groningen/Houten: Noordhoff uitgevers; 2013.
  13. Boeije, H. Analyseren in kwalitatief onderzoek. 2e druk. Den Haag: Boom Lemma; 2014.
  14. Verhoeven, N. Wat is onderzoek. 5e druk. Den Haag: Boom onderwijs; 2014.
  15. Nieswiadomy, R. Verpleegkundige onderzoekmethoden. 6e druk. Amsterdam: Pearson Benelux; 2013.
  16. Thrall G, Lip GY, Carroll D, et al. Depression, anxiety, and quality of life in patients with atrial fibrillation. Chest 2007;132:1259-64.
  17. McCabe P, Rhudy M, Devon H. Patients’ experiences from symptom onset to initial treatment for atrial fibrillation. J Clin Nurs 2014;24:786-96.
  18. McCabe PJ. Psychological distress in patients diagnosed with atrial fibrillation: The state of the science. J Cardiovasc Nurs 2010;25:40-51.
  19. Schnabel RB, Michal M, Wilde S, et al. Depression in atrial fibrillation in the general population. PLoS One 2013;8(12):e79109.
  20. Akintade BF, Chapa D, Friedmann E, et al. The influence of depression and anxiety symptoms on health-related quality of life in patients with atrial fibrillation and atrial flutter. J Cardiovasc Nurs 2015;30:66-73.
Onderzoeksartikel

Impact van atriumfibrilleren

Een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van patiënten met symptomatisch atriumfibrilleren

INTRODUCTIE
Atriumfibrilleren (AF) is geen direct levensbedreigende hartritmestoornis, maar wordt wel in verband gebracht met een lagere kwaliteit van leven. Over de impact van AF op het leven van de patiënten, met name op aspecten van het werk, is weinig bekend.
DOEL
Dit onderzoek moet inzicht geven in de impact van symptomatisch AF op het dagelijkse leven van patiënten in de leeftijd van 19 tot 67 jaar, teneinde de begeleiding aan deze patiëntengroep te optimaliseren.
METHODE
Kwalitatief onderzoek met fenomenologische benadering gebaseerd op semigestructureerde diepte-interviews met vier vrouwen en zes mannen over hun ervaringen met symptomatisch AF.
RESULTATEN
De symptomen en de onvoorspelbare aard van AF zorgen voor een constante waakzaamheid, die het leven negatief beïnvloedt. Dit leidt tot een verminderde conditie, het bijstellen van verwachtingen en een onzeker toekomstbeeld. AF is van grote invloed op de deelname aan het arbeidsproces, leidt tot een hoog ziekteverzuim, en is in een enkel geval invaliderend. Patiënten hebben behoefte aan gestructureerde informatie met aandacht voor hun ziektebeleving.
CONCLUSIE
Symptomatisch AF is van invloed op het welzijn en leidt tot fysieke, psychische en sociaal-maatschappelijke beperkingen. Patiënteneducatie met aandacht voor het ziektetraject en de ziektebeleving draagt bij aan een beter begrip en acceptatie van AF.

Literatuur

  1. Heeringa J, van der Kuip DA, Hofman A, et al. Prevalence, incidence and lifetime risk of atrial fibrillation: the Rotterdam study. Eur Heart J 2006;27:949-53.
  2. Heemstra HE, Nieuwlaat R, Meijboom M, et al. The burden of atrial fibrillation in the Netherlands. Neth Health J 2011;19:373-8.
  3. Van Dis I, Buddeke J, Visseren FLJ, et al. Harten vaatziekten in Nederland 2017, cijfers over heden, verleden en toekomst. Den Haag: Hartstichting, 2017.
  4. Kirchhof P, Benussi S, Kotecha D, et al. 2016 ESC Guidelines for the management of atrial fibrillation developed in collaboration with EACTS. Eur Heart J 2016;37:2893-962.
  5. Gehi AK, Sears S, Goli N, et al. Psychopathology and symptoms of atrial fibrillation: Implications of therapy. J Cardiovasc Electrophysiol 2012;23:473-8.
  6. Goren A, Liu X, Gupta S, et al. Quality of life, activity impairment, and healthcare resource utilization associated with atrial fibrillation in the US National Health and Wellness Survey. PLoS One 2013;8(8):e71264.
  7. Cutugno C. Atrial fibrillation: Updated management guidelines and nursing implications. Am J Nurs 2015;115(5):26-38.
  8. Akintade BF, Chapa D, Friedmann E, et al. The influence of depression and anxiety symptoms on health-related quality of life in patients with atrial fibrillation and atrial flutter. J Cardiovasc Nurs 2015;30(1):66-73.
  9. Bohnen M, Shea JB, Michaud GF, et al. Quality of life with atrial fibrillation: Do the spouses suffer as much as the patients? Pacing Clin Electrophysiol 2011;34:804-9.
  10. McCabe PJ, Schumacher K, Barnason SA. Living with atrial fibrillation: A qualitative study. J Cardiovasc Nurs 2011;26:336-44.
  11. Ekblad H, Rönning H, Fridlund B, et al. Patients’ wellbeing: Experience and actions in their preventing and handling of atrial fibrillation. Eur J Cardiovasc Nurs 2012;12:132-9.
  12. Baarda B, Bakker E, Fischer T, et al. Basisboek kwalitatief onderzoek. 3e druk. Groningen/Houten: Noordhoff uitgevers; 2013.
  13. Boeije, H. Analyseren in kwalitatief onderzoek. 2e druk. Den Haag: Boom Lemma; 2014.
  14. Verhoeven, N. Wat is onderzoek. 5e druk. Den Haag: Boom onderwijs; 2014.
  15. Nieswiadomy, R. Verpleegkundige onderzoekmethoden. 6e druk. Amsterdam: Pearson Benelux; 2013.
  16. Thrall G, Lip GY, Carroll D, et al. Depression, anxiety, and quality of life in patients with atrial fibrillation. Chest 2007;132:1259-64.
  17. McCabe P, Rhudy M, Devon H. Patients’ experiences from symptom onset to initial treatment for atrial fibrillation. J Clin Nurs 2014;24:786-96.
  18. McCabe PJ. Psychological distress in patients diagnosed with atrial fibrillation: The state of the science. J Cardiovasc Nurs 2010;25:40-51.
  19. Schnabel RB, Michal M, Wilde S, et al. Depression in atrial fibrillation in the general population. PLoS One 2013;8(12):e79109.
  20. Akintade BF, Chapa D, Friedmann E, et al. The influence of depression and anxiety symptoms on health-related quality of life in patients with atrial fibrillation and atrial flutter. J Cardiovasc Nurs 2015;30:66-73.
Over dit artikel
Auteurs
Erna Vossebelt, Erik Weijers, Alice van Dieën, Ada van Bruchem-van de Scheur
Over de auteurs

Erna B. Vossebelt, MSc, verpleegkundig specialist cardiologie in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda
Drs. Erik G. Weijers, cardioloog in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda
Alice van Dieën, MSc, verpleegkundig specialist cardiologie in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda Dr. Ada van Bruchem-van de Scheur, hogeschooldocent opleiding Master Advanced Nursing Practice, Hogeschool Rotterdam

Correspondentieadres: erna.vossebelt@ghz.nl

Printdatum
13 december 2019
E-pubdatum
16 december 2019
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225


Over dit artikel
Auteurs
Erna Vossebelt, Erik Weijers, Alice van Dieën, Ada van Bruchem-van de Scheur
Over de auteurs

Erna B. Vossebelt, MSc, verpleegkundig specialist cardiologie in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda
Drs. Erik G. Weijers, cardioloog in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda
Alice van Dieën, MSc, verpleegkundig specialist cardiologie in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda Dr. Ada van Bruchem-van de Scheur, hogeschooldocent opleiding Master Advanced Nursing Practice, Hogeschool Rotterdam

Correspondentieadres: erna.vossebelt@ghz.nl

Printdatum
13 december 2019
E-pubdatum
16 december 2019
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225