Verpleegkunde Nummer 1 , pp. 23-29
mrt 2019, jaargang 34
Verpleegkunde Nr. 1 , pp. 23-29
mrt 2019, jr. 34
Onderzoeksartikel

Evaluatie van een training in interactievaardigheden, ter vermindering van de belasting van familieleden die mantelzorg verlenen aan patiënten met een ernstige psychische aandoening: een pre-posttestopzet

ACHTERGROND
Familieleden die mantelzorg verlenen aan patiënten met een ernstige psychische aandoening ervaren emotionele belasting en rapporteren een hogere incidentie van psychische klachten vergeleken met de algemene populatie. Zij geven aan dat ze onvoldoende zijn voorbereid op het verlenen van de noodzakelijke praktische en emotionele steun aan deze patiënten. Om in deze behoeften te voorzien is de MAT-training opgezet, een trainingsprogramma interactievaardigheden voor mantelzorgers. Dit onderzoek hanteert een pre-posttestopzet. Op basis hiervan werd het effect van de training op het gevoel van competentie (eigen-effectiviteit) van de mantelzorgers onderzocht en de mate van belasting die zij ervoeren.

METHODEN 
Aan de training namen 100 personen deel die mantelzorg verleenden aan een familielid. Zij werden geworven binnen drie instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. De mate van belasting werd vastgesteld met behulp van de Involvement Evaluation Questionnaire, een vragenlijst die de betrokkenheid meet. De mate van eigen-effectiviteit werd gemeten met behulp van de Self-Efficacy Questionnaire. Aan de hand van de variantieanalyse met herhaalde metingen (RM-ANOVA) werd onderzocht of trainingsdeelname iets veranderde aan de mate waarin deze mantelzorgers belasting en eigen-effectiviteit ervoeren. Aan de hand van de Pearson-correlatie werd gekeken naar het verband tussen eigen-effectiviteit en belasting.

RESULTATEN 
Uit de resultaten blijkt dat na de training de mate van eigen-effectiviteit na verloop van tijd significant toenam (p<0,001) en dat de mate van belasting significant afnam (p<0,001). Tegen de verwachting in bleek er echter geen verband te bestaan tussen een toename in de mate van eigen-effectiviteit en een afname in de mate van belasting. De mantelzorgers hadden veel waardering voor de training.

CONCLUSIE 
Familieleden die mantelzorg verlenen aan patiënten met een ernstige psychische aandoening ervoeren een groter gevoel van competentie en een significante afname van de mate van belasting na het volgen van het trainingsprogramma. De training werd erg gewaardeerd en bleek te voorzien in de behoefte van mantelzorgers aan de vereiste vaardigheden in complexe mantelzorgsituaties.

Literatuur

  1. Bentur N, Moualem A. The effect on family members of treating home hospitalized patients. Harefuah 2001;140:386-91.
  2. Ostman M, Hansson L. Family burden and care participation: a test-retest reliability study of an interview instrument concerning families with a severely mentally ill family member. Nordic Journal of Psychiatry 2000;54:327-32.
  3. Chang KH, Horrocks S. Lived experiences of family caregivers of mentally ill relatives. J Adv Nurs 2006;53:435-43.
  4. Rose L, Mallinson RK, Walton-Moss B. A grounded theory of families responding to mental illness. West J Nurs Res 2002;24:516-36.
  5. Shah AJ, Wadoo O, Latoo J. Psychological distress in carers of people with mental disorders. British Journal of Medical Practitioners 2010;3:18.
  6. Zarit SH, Reever KE, Bach-Peterson J. Relatives of the impaired elderly: Correlates of feelings of burden. Gerontologist 1980;20:649-55.
  7. Carter PA. Family caregivers’ sleep loss and depression over time. Cancer Nurs 2003;26:253-9.
  8. Schulze B, Rössler W. Caregiver burden in mental illness: review of measurement, findings and interventions in 2004-2005. Curr Opin Psychiatry 2005;18:684-91.
  9. Rose LE, Mallinson RK, Gerson LD. Mastery, burden, and areas of concern among family caregivers of mentally ill persons. Arch Psychiatr Nurs 2006;20:41-51.
  10. Given B, Sherwood PR, Given CW. What knowledge and skills do caregivers need? Am J Nurs 2008;108:28-34.
  11. Martire LM, Lustig AP, Schulz R, et al. Is it beneficial to involve a family member? A meta-analysis of psychosocial interventions for chronic illness. Health Psychol 2004;23:599-611.
  12. Smeerdijk M, Keet R, van Raaij B, et al. Motivational interviewing and interaction skills training for parents of young adults with recent-onset schizophrenia and co-occurring cannabis use: 15-month follow-up. Psychol Med 2015;45:2839-48.
  13. Signe A, Elmståhl S. Psychosocial intervention for family caregivers of people with dementia reduces caregiver’s burden: development and effect after 6 and 12 months. Scan J Caring Sci 2008;22:98-109.
  14. Zeiss AM, Gallagher-Thompson D, Lovett S, et al. Selfefficacy as a mediator of caregiver coping: Development and testing of an assessment model. Journal of Clinical Geropsychology 1999;5:221-30.
  15. Bandura A. Self-efficacy. New York City, United States: John Wiley & Sons, Inc., 1994.
  16. Solomon P, Draine J. Subjective burden among family members of mentally ill adults: Relation to stress, coping, and adaptation. Am J Orthopsychiatry 1995;65:419-27.
  17. Delespaul PH, Consensusgroep EPA. Consensus over de definitie van mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) en hun aantal in Nederland. Tijdschr Psychiatr 2013;55:427-38.
  18. Kuipers T, Kuipers-van Bekkum N. Training helpt in dagelijkse omgang. Ypsilon Nieuwsbrief 2002;100:10-11.
  19. Schene AH, van Wijngaarden B. Family members of people with a psychotic disorder; a study among members of Ypsilon. Amsterdam: Afdeling Psychiatrie, Universiteit van Amsterdam, 1993.
  20. Van Wijngaarden B, Schene AH, Koeter MW, et al. Caregiving in schizophrenia: development, internal consistency and reliability of the Involvement Evaluation Questionaire-European version. EPSILON Study 4. Br J Psychiatry Suppl 2000;(39):s21-7.
  21. IBM Corp. Released 2011. IBM SPSS Statistics for Windows, Version 20.0. Armonk, NY: IBM Corp, 2011.
  22. Cohen J. Statistical power analysis for the behavioral sciences. Hillside. NJ: Lawrence Earlbaum Associates, 1988.
Onderzoeksartikel

Evaluatie van een training in interactievaardigheden, ter vermindering van de belasting van familieleden die mantelzorg verlenen aan patiënten met een ernstige psychische aandoening: een pre-posttestopzet

ACHTERGROND
Familieleden die mantelzorg verlenen aan patiënten met een ernstige psychische aandoening ervaren emotionele belasting en rapporteren een hogere incidentie van psychische klachten vergeleken met de algemene populatie. Zij geven aan dat ze onvoldoende zijn voorbereid op het verlenen van de noodzakelijke praktische en emotionele steun aan deze patiënten. Om in deze behoeften te voorzien is de MAT-training opgezet, een trainingsprogramma interactievaardigheden voor mantelzorgers. Dit onderzoek hanteert een pre-posttestopzet. Op basis hiervan werd het effect van de training op het gevoel van competentie (eigen-effectiviteit) van de mantelzorgers onderzocht en de mate van belasting die zij ervoeren.

METHODEN 
Aan de training namen 100 personen deel die mantelzorg verleenden aan een familielid. Zij werden geworven binnen drie instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. De mate van belasting werd vastgesteld met behulp van de Involvement Evaluation Questionnaire, een vragenlijst die de betrokkenheid meet. De mate van eigen-effectiviteit werd gemeten met behulp van de Self-Efficacy Questionnaire. Aan de hand van de variantieanalyse met herhaalde metingen (RM-ANOVA) werd onderzocht of trainingsdeelname iets veranderde aan de mate waarin deze mantelzorgers belasting en eigen-effectiviteit ervoeren. Aan de hand van de Pearson-correlatie werd gekeken naar het verband tussen eigen-effectiviteit en belasting.

RESULTATEN 
Uit de resultaten blijkt dat na de training de mate van eigen-effectiviteit na verloop van tijd significant toenam (p<0,001) en dat de mate van belasting significant afnam (p<0,001). Tegen de verwachting in bleek er echter geen verband te bestaan tussen een toename in de mate van eigen-effectiviteit en een afname in de mate van belasting. De mantelzorgers hadden veel waardering voor de training.

CONCLUSIE 
Familieleden die mantelzorg verlenen aan patiënten met een ernstige psychische aandoening ervoeren een groter gevoel van competentie en een significante afname van de mate van belasting na het volgen van het trainingsprogramma. De training werd erg gewaardeerd en bleek te voorzien in de behoefte van mantelzorgers aan de vereiste vaardigheden in complexe mantelzorgsituaties.

Literatuur

  1. Bentur N, Moualem A. The effect on family members of treating home hospitalized patients. Harefuah 2001;140:386-91.
  2. Ostman M, Hansson L. Family burden and care participation: a test-retest reliability study of an interview instrument concerning families with a severely mentally ill family member. Nordic Journal of Psychiatry 2000;54:327-32.
  3. Chang KH, Horrocks S. Lived experiences of family caregivers of mentally ill relatives. J Adv Nurs 2006;53:435-43.
  4. Rose L, Mallinson RK, Walton-Moss B. A grounded theory of families responding to mental illness. West J Nurs Res 2002;24:516-36.
  5. Shah AJ, Wadoo O, Latoo J. Psychological distress in carers of people with mental disorders. British Journal of Medical Practitioners 2010;3:18.
  6. Zarit SH, Reever KE, Bach-Peterson J. Relatives of the impaired elderly: Correlates of feelings of burden. Gerontologist 1980;20:649-55.
  7. Carter PA. Family caregivers’ sleep loss and depression over time. Cancer Nurs 2003;26:253-9.
  8. Schulze B, Rössler W. Caregiver burden in mental illness: review of measurement, findings and interventions in 2004-2005. Curr Opin Psychiatry 2005;18:684-91.
  9. Rose LE, Mallinson RK, Gerson LD. Mastery, burden, and areas of concern among family caregivers of mentally ill persons. Arch Psychiatr Nurs 2006;20:41-51.
  10. Given B, Sherwood PR, Given CW. What knowledge and skills do caregivers need? Am J Nurs 2008;108:28-34.
  11. Martire LM, Lustig AP, Schulz R, et al. Is it beneficial to involve a family member? A meta-analysis of psychosocial interventions for chronic illness. Health Psychol 2004;23:599-611.
  12. Smeerdijk M, Keet R, van Raaij B, et al. Motivational interviewing and interaction skills training for parents of young adults with recent-onset schizophrenia and co-occurring cannabis use: 15-month follow-up. Psychol Med 2015;45:2839-48.
  13. Signe A, Elmståhl S. Psychosocial intervention for family caregivers of people with dementia reduces caregiver’s burden: development and effect after 6 and 12 months. Scan J Caring Sci 2008;22:98-109.
  14. Zeiss AM, Gallagher-Thompson D, Lovett S, et al. Selfefficacy as a mediator of caregiver coping: Development and testing of an assessment model. Journal of Clinical Geropsychology 1999;5:221-30.
  15. Bandura A. Self-efficacy. New York City, United States: John Wiley & Sons, Inc., 1994.
  16. Solomon P, Draine J. Subjective burden among family members of mentally ill adults: Relation to stress, coping, and adaptation. Am J Orthopsychiatry 1995;65:419-27.
  17. Delespaul PH, Consensusgroep EPA. Consensus over de definitie van mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) en hun aantal in Nederland. Tijdschr Psychiatr 2013;55:427-38.
  18. Kuipers T, Kuipers-van Bekkum N. Training helpt in dagelijkse omgang. Ypsilon Nieuwsbrief 2002;100:10-11.
  19. Schene AH, van Wijngaarden B. Family members of people with a psychotic disorder; a study among members of Ypsilon. Amsterdam: Afdeling Psychiatrie, Universiteit van Amsterdam, 1993.
  20. Van Wijngaarden B, Schene AH, Koeter MW, et al. Caregiving in schizophrenia: development, internal consistency and reliability of the Involvement Evaluation Questionaire-European version. EPSILON Study 4. Br J Psychiatry Suppl 2000;(39):s21-7.
  21. IBM Corp. Released 2011. IBM SPSS Statistics for Windows, Version 20.0. Armonk, NY: IBM Corp, 2011.
  22. Cohen J. Statistical power analysis for the behavioral sciences. Hillside. NJ: Lawrence Earlbaum Associates, 1988.
Over dit artikel
Auteurs
Yasmin Gharavi, Barbara Stringer, Adriaan Hoogendoorn, Jan Boogaarts, Bas van Raaij, Berno van Meijel
Over de auteurs

Yasmin Gharavi, MSc, werkt als psycholoog bij GGZ inGeest.
Dr. Barbara Stringer, werkzaam als coördinator bij het Centrum voor Consultatie en Expertise, regio West.
Dr. Adriaan Hoogendoorn, statisticus bij VUmc, afdeling Psychiatrie, Amsterdam Public Health research institute, Amsterdam.
Jan Boogaarts, trainer bij Bureau de Mat Training & Opleiding.
Bas van Raaij, trainer bij Bureau de Mat Training & Opleiding
Prof. dr. Berno van Meijel, lector/bijzonder hoogleraar GGZ-verpleegkunde aan de Hogeschool Inholland te Amsterdam, het Amsterdam UMC, locatie VUmc (afdeling Psychiatrie), Amsterdam Public Health research institute, Parnassia Groep, Den Haag, en de Opleidingsinstelling GGZ-VS te Utrecht.

Correspondentieadres: berno.vanmeijel@inholland.nl

Printdatum
15 maart 2019
E-pubdatum
18 maart 2019
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225


Over dit artikel
Auteurs
Yasmin Gharavi, Barbara Stringer, Adriaan Hoogendoorn, Jan Boogaarts, Bas van Raaij, Berno van Meijel
Over de auteurs

Yasmin Gharavi, MSc, werkt als psycholoog bij GGZ inGeest.
Dr. Barbara Stringer, werkzaam als coördinator bij het Centrum voor Consultatie en Expertise, regio West.
Dr. Adriaan Hoogendoorn, statisticus bij VUmc, afdeling Psychiatrie, Amsterdam Public Health research institute, Amsterdam.
Jan Boogaarts, trainer bij Bureau de Mat Training & Opleiding.
Bas van Raaij, trainer bij Bureau de Mat Training & Opleiding
Prof. dr. Berno van Meijel, lector/bijzonder hoogleraar GGZ-verpleegkunde aan de Hogeschool Inholland te Amsterdam, het Amsterdam UMC, locatie VUmc (afdeling Psychiatrie), Amsterdam Public Health research institute, Parnassia Groep, Den Haag, en de Opleidingsinstelling GGZ-VS te Utrecht.

Correspondentieadres: berno.vanmeijel@inholland.nl

Printdatum
15 maart 2019
E-pubdatum
18 maart 2019
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225