Verpleegkunde Nummer 2 , pp. 10-16
mei 2012, jaargang 27
Verpleegkunde Nr. 2 , pp. 10-16
mei 2012, jr. 27
Onderzoeksartikel

Voorschrijfbevoegdheid voor verpleegkundigen: visies en verwachtingen van Nederlandse stakeholders

DOEL
In Nederland zal in de loop van 2012 wetgeving van kracht worden die verpleegkundigen voorschrijfbevoegdheid verleent. Doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in de visie van Nederlandse stakeholders op de introductie van voorschrijfbevoegdheid voor verpleegkundigen, de voorwaarden waaronder verpleegkundigen zullen gaan voorschrijven en de toekomstverwachtingen van betrokken partijen aangaande de voorschrijfbevoegdheid.

METHODE 
Er werden dertien semigestructureerde interviews gehouden met vertegenwoordigers van verpleegkundige organisaties, artsenorganisaties en overige relevante landelijke partijen op het gebied van voorschrijven door verpleegkundigen.

RESULTATEN
De geïnterviewde partijen zijn het erover eens dat de huidige gedoogsituatie de belangrijkste aanleiding vormt voor de voorschrijfbevoegdheid. Artsenorganisaties staan over het algemeen minder positief tegenover deze voorschrijfbevoegdheid dan verpleegkundige organisaties, en beide verschillen in hun opvattingen over de voorwaarden waaronder verpleegkundigen zullen mogen voorschrijven. Zo hadden artsenorganisaties liever verplichte samenwerkingsverbanden tussen artsen en verpleegkundigen gezien, terwijl verpleegkundige organisaties deze samenwerking als een vanzelfsprekendheid beschouwen en een verplichting daarom overbodig achten.

DISCUSSIE EN CONCLUSIE
Hoewel alle betrokken partijen de huidige gedoogsituatie aanhalen als belangrijke aanleiding, kunnen hier andere rationales achter schuilgaan. Om de taakherschikking in de praktijk zo soepel mogelijk te laten plaatsvinden, is het van belang dat partijen hun achterban tijdig informeren over de aanstaande veranderingen, zodat hier in de praktijk tijdig op geanticipeerd kan worden.

Onderzoeksartikel

Voorschrijfbevoegdheid voor verpleegkundigen: visies en verwachtingen van Nederlandse stakeholders

DOEL
In Nederland zal in de loop van 2012 wetgeving van kracht worden die verpleegkundigen voorschrijfbevoegdheid verleent. Doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in de visie van Nederlandse stakeholders op de introductie van voorschrijfbevoegdheid voor verpleegkundigen, de voorwaarden waaronder verpleegkundigen zullen gaan voorschrijven en de toekomstverwachtingen van betrokken partijen aangaande de voorschrijfbevoegdheid.

METHODE 
Er werden dertien semigestructureerde interviews gehouden met vertegenwoordigers van verpleegkundige organisaties, artsenorganisaties en overige relevante landelijke partijen op het gebied van voorschrijven door verpleegkundigen.

RESULTATEN
De geïnterviewde partijen zijn het erover eens dat de huidige gedoogsituatie de belangrijkste aanleiding vormt voor de voorschrijfbevoegdheid. Artsenorganisaties staan over het algemeen minder positief tegenover deze voorschrijfbevoegdheid dan verpleegkundige organisaties, en beide verschillen in hun opvattingen over de voorwaarden waaronder verpleegkundigen zullen mogen voorschrijven. Zo hadden artsenorganisaties liever verplichte samenwerkingsverbanden tussen artsen en verpleegkundigen gezien, terwijl verpleegkundige organisaties deze samenwerking als een vanzelfsprekendheid beschouwen en een verplichting daarom overbodig achten.

DISCUSSIE EN CONCLUSIE
Hoewel alle betrokken partijen de huidige gedoogsituatie aanhalen als belangrijke aanleiding, kunnen hier andere rationales achter schuilgaan. Om de taakherschikking in de praktijk zo soepel mogelijk te laten plaatsvinden, is het van belang dat partijen hun achterban tijdig informeren over de aanstaande veranderingen, zodat hier in de praktijk tijdig op geanticipeerd kan worden.

Over dit artikel
Auteurs
M. Kroezen, A.L. Francke, P.P. Groenewegen, L. van Dijk
Over de auteurs

Drs. Marieke Kroezen, promotie-onderzoeker bij het NIVEL te Utrecht.

Prof. dr. Anneke L. Francke RN, programmaleider Verpleging en Verzorging bij het NIVEL en is tevens verbonden aan het VU medisch centrum/EMGO instituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg (EMGO+), afdeling Sociale Geneeskunde te Amsterdam.

Prof. dr. Peter P. Groenewegen, directeur van het NIVEL en verbonden aan het departement Sociologie en het departement Sociale Geografie van de Universiteit Utrecht.

Dr. ir. Liset van Dijk, programmaleider Farmaceutische zorg bij het NIVEL.

Printdatum
1 mei 2012
E-pubdatum
4 mei 2012
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225


Over dit artikel
Auteurs
M. Kroezen, A.L. Francke, P.P. Groenewegen, L. van Dijk
Over de auteurs

Drs. Marieke Kroezen, promotie-onderzoeker bij het NIVEL te Utrecht.

Prof. dr. Anneke L. Francke RN, programmaleider Verpleging en Verzorging bij het NIVEL en is tevens verbonden aan het VU medisch centrum/EMGO instituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg (EMGO+), afdeling Sociale Geneeskunde te Amsterdam.

Prof. dr. Peter P. Groenewegen, directeur van het NIVEL en verbonden aan het departement Sociologie en het departement Sociale Geografie van de Universiteit Utrecht.

Dr. ir. Liset van Dijk, programmaleider Farmaceutische zorg bij het NIVEL.

Printdatum
1 mei 2012
E-pubdatum
4 mei 2012
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225