Verpleegkunde Nummer 2 , pp. 29-32
jun 2009, jaargang 24
Verpleegkunde Nr. 2 , pp. 29-32
jun 2009, jr. 24

Shortpaper Fatigue in patients with Rheumatoid Arthritis

Voor patiënten met reumatoïde artritis is vermoeidheid de klacht waarvan ze de meeste hinder ondervinden. Veertig procent van de RA-patiënten is aanhoudend ernstig vermoeid en deze vermoeidheid wordt als frustrerend ervaren. Het onverwachts optreden en het feit dat slapen niet altijd een oplossing biedt, maakt dat patiënten door vallen en opstaan leren om te gaan met vermoeidheid. Patiënten geven aan niet over die vermoeidheid met de directe zorgverleners te praten omdat ze niet willen zeuren en omdat ze denken dat vermoeidheid bij de ziekte hoort. Daarnaast hebben zorgverleners aangegeven dat patiënten hun vermoeidheid wel ter sprake brengen maar erkennen zij zelf een kennistekort met betrekking tot oorzaken en behandeling van die vermoeidheid. In het directe contact tussen zorgverleners en patiënten blijkt dat vermoeidheid wel ter sprake komt, echter zeer beperkt. Daarnaast blijken patiënten hun vermoeidheid ook niet altijd expliciet te melden maar dit vaak impliciet te doen, dus niet ‘ik ben zo moe’ maar ‘ik kan ’s morgens mijn bed niet uit’. Verpleegkundigen reageren daarop adequater dan reumatologen door het stellen van vragen ter verduidelijking of door het geven van een blijk van erkenning. Het gebruik van een meetinstrument zou zorgverleners en patiënten kunnen helpen om vermoeidheid net als pijn structureel te bespreken. Daarnaast zal verder onderzoek naar oorzaken van vermoeidheid kunnen bijdragen aan de behandeling van vermoeidheid.

Shortpaper Fatigue in patients with Rheumatoid Arthritis

Voor patiënten met reumatoïde artritis is vermoeidheid de klacht waarvan ze de meeste hinder ondervinden. Veertig procent van de RA-patiënten is aanhoudend ernstig vermoeid en deze vermoeidheid wordt als frustrerend ervaren. Het onverwachts optreden en het feit dat slapen niet altijd een oplossing biedt, maakt dat patiënten door vallen en opstaan leren om te gaan met vermoeidheid. Patiënten geven aan niet over die vermoeidheid met de directe zorgverleners te praten omdat ze niet willen zeuren en omdat ze denken dat vermoeidheid bij de ziekte hoort. Daarnaast hebben zorgverleners aangegeven dat patiënten hun vermoeidheid wel ter sprake brengen maar erkennen zij zelf een kennistekort met betrekking tot oorzaken en behandeling van die vermoeidheid. In het directe contact tussen zorgverleners en patiënten blijkt dat vermoeidheid wel ter sprake komt, echter zeer beperkt. Daarnaast blijken patiënten hun vermoeidheid ook niet altijd expliciet te melden maar dit vaak impliciet te doen, dus niet ‘ik ben zo moe’ maar ‘ik kan ’s morgens mijn bed niet uit’. Verpleegkundigen reageren daarop adequater dan reumatologen door het stellen van vragen ter verduidelijking of door het geven van een blijk van erkenning. Het gebruik van een meetinstrument zou zorgverleners en patiënten kunnen helpen om vermoeidheid net als pijn structureel te bespreken. Daarnaast zal verder onderzoek naar oorzaken van vermoeidheid kunnen bijdragen aan de behandeling van vermoeidheid.

Over dit artikel
Auteur
Han Repping-Wuts
E-pubdatum
7 juni 2009
ISSN online
2468-2225


Over dit artikel
Auteur
Han Repping-Wuts
E-pubdatum
7 juni 2009
ISSN online
2468-2225