Verpleegkunde Nummer 2 , pp. 119-127
mei 2004, jaargang 19
Verpleegkunde Nr. 2 , pp. 119-127
mei 2004, jr. 19

Tuchtrecht voor verpleegkundigen, een eerste indruk

DOEL
Per 1 december 1997 is het wettelijk tuchtrecht op grond van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg ook van toepassing op verpleegkundigen. In de periode tot en met januari 2003 zijn er zestien tuchtrechtelijke uitspraken over verpleegkundigen gepubliceerd. In dit artikel worden deze eerste uitspraken onder de loep genomen.

METHODE
De bestudeerde uitspraken zijn systematisch geanalyseerd naar indiener klacht, sector van de gezondheidszorg waar de aangeklaagde verpleegkundige werkzaam is, inhoud klacht, van toepassing zijnde tuchtnorm, uitspraak tuchtrechter, argumentatie en (indien van toepassing) opgelegde maatregel.

RESULTATEN
Van de zestien klachten werd er één klacht niet-ontvankelijk bevonden, acht werden ongegrond verklaard, in drie gevallen werd een waarschuwing opgelegd (lichtste sanctie), in een geval een berisping, een keer ontzegde de rechter de verpleegkundige het recht het beroep uit te oefenen voor zover daarbij sprake was van individuele werkzaamheden in de thuiszorg en twee keer werd de inschrijving in het register doorgehaald
(zwaarste sanctie).

CONCLUSIE/DISCUSSIE
Hoewel het aantal te gering is om met enige stelligheid conclusies te trekken, vallen toch enkele dingen op. Er zijn tot nu toe, zeker gelet op de grootte van de groep verpleegkundigen, relatief weinig klachten over verpleegkundigen behandeld. De klachten gaan vaak over de zorg voor kwetsbare patiënten, zoals ouderen, kinderen, geestelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten. Opvallend groot is het aandeel van klachten met een psychiatrische of psychogeriatrische achtergrond. Een relatief groot aandeel van de klachten wordt ingediend door (een) naaste(n) van de patiënt en daarbij gaat het vaak over patiënten die overleden zijn.

Tuchtrecht voor verpleegkundigen, een eerste indruk

DOEL
Per 1 december 1997 is het wettelijk tuchtrecht op grond van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg ook van toepassing op verpleegkundigen. In de periode tot en met januari 2003 zijn er zestien tuchtrechtelijke uitspraken over verpleegkundigen gepubliceerd. In dit artikel worden deze eerste uitspraken onder de loep genomen.

METHODE
De bestudeerde uitspraken zijn systematisch geanalyseerd naar indiener klacht, sector van de gezondheidszorg waar de aangeklaagde verpleegkundige werkzaam is, inhoud klacht, van toepassing zijnde tuchtnorm, uitspraak tuchtrechter, argumentatie en (indien van toepassing) opgelegde maatregel.

RESULTATEN
Van de zestien klachten werd er één klacht niet-ontvankelijk bevonden, acht werden ongegrond verklaard, in drie gevallen werd een waarschuwing opgelegd (lichtste sanctie), in een geval een berisping, een keer ontzegde de rechter de verpleegkundige het recht het beroep uit te oefenen voor zover daarbij sprake was van individuele werkzaamheden in de thuiszorg en twee keer werd de inschrijving in het register doorgehaald
(zwaarste sanctie).

CONCLUSIE/DISCUSSIE
Hoewel het aantal te gering is om met enige stelligheid conclusies te trekken, vallen toch enkele dingen op. Er zijn tot nu toe, zeker gelet op de grootte van de groep verpleegkundigen, relatief weinig klachten over verpleegkundigen behandeld. De klachten gaan vaak over de zorg voor kwetsbare patiënten, zoals ouderen, kinderen, geestelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten. Opvallend groot is het aandeel van klachten met een psychiatrische of psychogeriatrische achtergrond. Een relatief groot aandeel van de klachten wordt ingediend door (een) naaste(n) van de patiënt en daarbij gaat het vaak over patiënten die overleden zijn.

Over dit artikel
Auteurs
N. de Bijl, M. Sluiter
Printdatum
1 mei 2004
E-pubdatum
4 mei 2004
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225


Over dit artikel
Auteurs
N. de Bijl, M. Sluiter
Printdatum
1 mei 2004
E-pubdatum
4 mei 2004
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225