Verpleegkunde Nummer 4 , pp. 211-221
nov 2003, jaargang 18
Verpleegkunde Nr. 4 , pp. 211-221
nov 2003, jr. 18

Sporadische en erfelijke borstkanker

DOEL
Onderzoek naar de manier waarop verpleegkundigen en vroedvrouwen borstkankerrisico's inschatten in een hoog- versus een laag-risicosituatie en naar hun mening over onderzoek en profylactische mastectomie in een hoog-risicosituatie.

METHODE 
Een vragenlijst werd per post verstuurd naar 881 verpleegkundigen en 119 vroedvrouwen.

RESULTAAT
De response was 33% voor verpleegkundigen en 58% voor vroedvrouwen. De numerieke schatting van het populatierisico voor borstkanker was erg variabel. De vrouwelijke indexpatiënt in de hoog-risicosituatie en haar dochtertje werden terecht als risicopatiënten beschouwd. Tekortkomingen waren er inzake de kennis van de overerving van mutaties voor borstkanker via de mannelijke lijn en van de predictieve test voor erfelijke borstkanker. Ook de risicobeoordeling in de laag-risicosituatie was problematisch. Betreffende onderzoek bij het dochtertje in de hoog-risicosituatie was ruim de helft weigerachtig wegens de jonge leeftijd, de persoonlijke autonomie van het kind en de psychologische belasting. Tegen profylactische mastectomie als risicoreducerende ingreep was eveneens veel weerstand.

CONCLUSIE
Er is behoefte aan vorming over familiale borstkanker voor verpleegkundigen en vroedvrouwen waarbij rekening wordt gehouden met deze bevindingen en met de psychosociale en ethische complexiteit van predictief testen.

Sporadische en erfelijke borstkanker

DOEL
Onderzoek naar de manier waarop verpleegkundigen en vroedvrouwen borstkankerrisico's inschatten in een hoog- versus een laag-risicosituatie en naar hun mening over onderzoek en profylactische mastectomie in een hoog-risicosituatie.

METHODE 
Een vragenlijst werd per post verstuurd naar 881 verpleegkundigen en 119 vroedvrouwen.

RESULTAAT
De response was 33% voor verpleegkundigen en 58% voor vroedvrouwen. De numerieke schatting van het populatierisico voor borstkanker was erg variabel. De vrouwelijke indexpatiënt in de hoog-risicosituatie en haar dochtertje werden terecht als risicopatiënten beschouwd. Tekortkomingen waren er inzake de kennis van de overerving van mutaties voor borstkanker via de mannelijke lijn en van de predictieve test voor erfelijke borstkanker. Ook de risicobeoordeling in de laag-risicosituatie was problematisch. Betreffende onderzoek bij het dochtertje in de hoog-risicosituatie was ruim de helft weigerachtig wegens de jonge leeftijd, de persoonlijke autonomie van het kind en de psychologische belasting. Tegen profylactische mastectomie als risicoreducerende ingreep was eveneens veel weerstand.

CONCLUSIE
Er is behoefte aan vorming over familiale borstkanker voor verpleegkundigen en vroedvrouwen waarbij rekening wordt gehouden met deze bevindingen en met de psychosociale en ethische complexiteit van predictief testen.

Over dit artikel
Auteurs
M. Welkenhuysen, G. Evers-Kiebooms
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225


Over dit artikel
Auteurs
M. Welkenhuysen, G. Evers-Kiebooms
ISSN print
0920-3273
ISSN online
2468-2225